Drieluik Gemeentefinanciën: Tekorten in de gemeente lopen op

DEEL 1: De gemeentefinanciën

De tekorten in de gemeente lopen volgens de laatste informatie steeds verder op. In 2021 wordt een tekort verwacht van 5,9 miljoen euro en ook in de jaren daarna blijft de gemeente rode cijfers schrijven.  De regels rond het gemeentelijk huishoudboekje zijn helder: de gemeente moet een sluitende begroting hebben. Dit betekent dat inkomsten en uitgaven structureel met elkaar in evenwicht moeten zijn. Structureel houdt in dat tekorten niet jaar in jaar uit door een greep in de gemeentelijke spaarpot kunnen worden gedekt.  Op het eerste gezicht klinkt het raar dat de tekorten oplopen, terwijl de gemeente net 140 miljoen euro aan Eneco-geld heeft ontvangen.  Het verschil zit

er in dat het Eneco-geld niet structureel is (we krijgen als gemeente helaas niet elk jaar 140 miljoen van Eneco), maar incidenteel: het is eenmalig en daarna houdt het op.

Bij het ontbreken van een sluitende begroting dreigt preventief toezicht door de provincie Zuid-Holland. Dit betekent dat de gemeente financieel onder curatele wordt gesteld door de provincie. Nut en noodzaak van uitgaven worden dan kritisch door de provincie bekeken en waar nodig geblokkeerd. Tegelijkertijd bestaat de kans dat de provincie aanstuurt op het vergroten van de inkomsten van de gemeente door het verhogen van de OZB. Alle reden dus om een voorzichtig en gedegen financieel beleid te voeren!

Voor de beheersing van de gemeentelijke financiën is er de zogenaamde planning- en controlcyclus: van financiële kaders naar begroting (planning), naar tussentijdse rapportages en jaarrekening (control). Zo’n cyclus duurt drie jaar. Als voorbeeld: er wordt in 2020 gepland voor de uitvoering in 2021, de uitvoering is 2021 en de jaarrekening over 2021 wordt in 2022 opgesteld.

De uitgaven van de gemeente worden verder verdeeld over beleidsthema’s die worden geclusterd in programma’s. De burgemeester en de wethouders hebben die beleidsthema’s in hun portefeuille en weten vanuit de begroting wat ze per beleidsthema mogen uitgeven in een jaar.

Bij de financiële kaders en de begroting is de gemeenteraad aan zet. De raad maakt de integrale afweging in welke vorm de inkomsten van de gemeente binnenkomen en hoe de uitgaven over de beleidsthema’s worden verdeeld. Integraal betekent dat alle aspecten van het gemeentelijk beleid worden meegewogen. Stel dat we € 1.000 te besteden hebben, dan bepaalt de gemeenteraad dus hoeveel euro’s naar veiligheid gaan, naar straatverlichting, naar maatschappelijke voorzieningen, naar cultuur, naar wegonderhoud, naar sport etc. etc.

In deel 2 van dit drieluik worden de gemeentefinanciën vergeleken met de financiële situatie in een gezin: hoe ga je om met zakgeld.

DEEL 2: Het gezin

Je zou kunnen zeggen dat de gemeente te vergelijken is met een gezin. De gemeenteraad als de ouders en het college van B&W als hun vijf kinderen. De ouders geven de kinderen zakgeld (het budget) waar ze hun eigen boontjes vervolgens mee moeten doppen. Soms komt het zakgeld dat keurig was verdeeld over de potjes kleding, uitgaan, sparen voor de nieuwste mobiele telefoon e.d. niet uit. Er zijn bijvoorbeeld extra kosten voor kleding. In dat geval geldt in de gemeente: los het eerst met besparingen of overschotten in de rest van je budget zelf op. En als het echt iets uitzonderlijks is (er gaat iets noodzakelijks kapot), dan hebben de  ouders altijd nog wel wat achter de hand. Althans, dat hopen we dan maar.

Maar ja, er is natuurlijk altijd een kind dat een gat in zijn of haar hand heeft. Die nooit uitkomt met het budget en meer wil. Die dan naar de ouders toestapt en zegt: ”Pap, mam, jullie weten dat ik weer een nieuw jurkje nodig heb toch? Nu is mijn geld eigenlijk op, maar ik heb bij mijn favoriete winkel een fantastische aanbieding gezien. Drie halen, één betalen! Mag ik extra zakgeld, zodat ik drie jurkjes mag kopen? Of is het raar dat ik dat zeg?”

Wie ziet zijn dochter niet graag in een leuk, vlot afgekleed jurkje? En ja, het is eigenlijk best een buitenkans. De ouders doen een greep in de gezinsspaarpot en de jurkjes worden aangeschaft. Een week later staat dochterlief weer op de stoep. ”Pap, mam… Ik heb die drie jurkjes gekocht, maar ik heb geen bijpassende schoenen! Zo kunnen jullie me toch niet over straat laten gaan? Of is het raar dat ik dat zeg?”

Tja, daar zit natuurlijk ook wel wat in. Dus weer wordt er een greep in de gezinsspaarpot gedaan, zodat ook nieuwe schoenen kunnen worden gekocht. De fout die de ouders hier maken, is dat zij niet meer een integrale afweging maken waaraan geld moet worden besteed. Zij kijken niet naar het totaal van hun kinderen, maar laten zich (ver)leiden door de waan van de dag van hun dochter. Dat haar kledingkast al uitpuilt en ze als een Imelda Marcos schoenen verzamelt, wordt evenmin in de afweging betrokken.

De andere kinderen zijn druk bezig om gewoon hun dingen te doen die passen bij hun zakgeld. Maar eigenlijk letten ze niet op. Ze hebben niet door dat hun zus de gezinsspaarpot steeds weer wat verder leeghaalt. Die spaarpot raakt leger en leger. Op een dag gaat de fiets van de zoon kapot. Hij gaat naar zijn ouders en vraagt om een nieuwe fiets. Het antwoord: ”Ja, dat wordt wat lastig. We zouden je natuurlijk graag die fiets geven, maar de bodem van de spaarpot is in zicht”. De zus die de spaarpot steeds verder heeft opgemaakt, kijkt daarbij met een grote glimlach naar het beteuterde gezicht van haar broer. Irritant, niet?

In het laatste deel van dit drieluik waarin van het gezin weer wordt teruggekeerd naar de gemeente.

DEEL 3: Extra’s voor sport

In deel 2 van dit drieluik ging het over de dochter die niet uitkwam met het zakgeld en steeds weer extra geld uit de gezinsspaarpot wist te vissen. Dat stond vorige week in het debat in de commissie Samenleving van de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg ook centraal. Wethouder Stemerdink van Sport kwam met het zoveelste verzoek om extra geld voor een sportinvestering buiten de vastgestelde begroting om. Als je zo’n verzoek op zichzelf bekijkt, dan kan je daar eigenlijk geen ’nee’ tegen zeggen. Wie is er immers tegen goede sportvoorzieningen, of wie is er tegen de korfbalvereniging?

Het grotere, integrale plaatje van de gemeente bestaat echter uit meer dan sport alleen. De extra euro die wordt besteed aan sport kan niet worden besteed aan ouderenzorg, jeugdzorg, cultuur of andere zaken in de gemeente die u en/of andere inwoners ook belangrijk vinden. In de commissie werd daarom terecht geconstateerd dat de wethouder de integrale afweging in het college en in de raad keer op keer frustreert. Dat werd door haar natuurlijk ontkend, want als wethouder Sport [sic!] kon ze zo’n mooie kans voor de korfbalvereniging toch niet laten liggen? Het is als de dochter die bij haar ouders voor extra kleedgeld komt, omdat de vlotte jurkjes in de aanbieding zijn, terwijl haar kledingkast uitpuilt.

Het verhaal wordt nog wranger als we vervolgens moeten lezen dat in de groenvoorziening van de gemeente, de portefeuille van dezelfde wethouder, de tekorten oplopen. Er moet € 300.000 bij. Ook dat zijn natuurlijk allemaal zaken die eigenlijk niet uitgesteld kunnen worden.

Het wordt tijd dat de wethouder Financiën, de andere leden van het college van B&W en de gemeenteraad hun rug recht gaan houden en eens ”nee” gaat zeggen tegen weer zo’n buitenkans of toevallige tegenvaller bij deze wethouder. Voor ouders met dochters: u weet wat er dan gaat gebeuren. Eerst wordt het weggelachen, daarna zal ze stampvoetend van ingehouden woede aangeven dat het ”dom” is wat de gemeenteraad doet en daarna wordt heel zielig gedaan dat ze het niet voor zichzelf doet maar gewoon het beste voor heeft met de gemeente. 

Wat zou u als ouder in zo’n geval doen? Geeft u toe aan deze trukendoos of is ”nee” ook echt ”nee”? Die afweging mag de gemeenteraad binnenkort gaan maken.

Als de gemeenteraad toch weer instemt met extra uitgaven buiten de begroting om, dan kunnen de hondenbezitters in onze gemeente hun borst nat maken: extra tekorten die moeten worden gedekt. Grote kans dat de hondenbelasting nog verder gaat stijgen, om zo de spilzucht van de wethouder te dekken. De gemeente koerst hoe dan ook meer en meer af op preventief toezicht van de provincie. En dat is iets waar alle inwoners en bedrijven in de gemeente zich zorgen over moeten maken.

Leidschendam-Voorburg, mei 2020

Frank Rozenberg

Fractievoorzitter GBLV/Gemeentebelangen