Beleid wethouder rond Stadsmuseum niet te volgen

Bij de behandeling van de Gemeentebegroting 2014 kwam in de gemeenteraad ook de financiële situatie rond het Stadsmuseum aan de orde. Wethouder Van Ostaijen (CDA) wil wel een incidenteel tekort afdekken, maar is niet bereid om structureel aan een oplossing te werken door het Stadsmuseum de mogelijkheid te bieden een professionele directeur aan te trekken. In het debat dat daarop volgde liep de wethouder vervolgens vast in zijn eigen beleid.

Het Stadsmuseum is door de gemeente financieel in staat gesteld om uit te breiden. Deze uitbreiding is geslaagd te noemen: het Stadsmuseum is na de uitbreiding en de verbouwing klaar voor de toekomst. Met alleen een mooi pand ben je er als museum echter niet: naast de vele betrokken vrijwilligers is er ook een professionele leiding nodig. GBLV (Gemeentebelangen Leidschendam-Voorburg) stelde bij het vaststellen van de Jaarrekening 2012 voor om het restbedrag in het verbouwingspotje te gebruiken om daarvoor de directeur in dienst te laten. Dat was voor wethouder Van Ostaijen (CDA) en de coalitiepartijen (VVD, CDA, D66 en PvdA) onbespreekbaar. Nu komt de wethouder naar de raad om alsnog een tekort af te dekken bij het Stadsmuseum.

Voor Frank Rozenberg, raadslid GBLV was dat het moment om te vragen hoe de wethouder dan de toekomst van het Stadsmuseum voor zich ziet: “U investeert wel in stenen, maar vervolgens denkt u met het college niet na over hoe de organisatie van het Stadsmuseum professioneel en met hulp van vrijwilligers gerund moet worden.” Volgens het college moeten het Stadsmuseum en Hofwijck meer samenwerken: de professionele leiding van Hofwijck kan best het Stadsmuseum erbij doen, omdat men de directie bij Hofwijck niet voltijds is aangesteld. Op de vraag van Rozenberg waar het geld dan vandaan moest komen om de extra uren die de leiding van Hofwijck kwijt zou zijn aan het Stadsmuseum moest de wethouder het antwoord schuldig blijven.

Rozenberg: “De wijze waarop Van Ostaijen met het Stadsmusuem en met Hofwijck omgaat stuit GBLV tegen de borst. Het gemak waarmee met de belangen van Hofwijck en het Stadsmuseum wordt gegoocheld is bizar. We hebben het als GBLV al eerder gezegd: wees helder over wat je met het Stadsmuseum wil. Of een professioneel museum dat de historie van de gemeente laat zien of een goedbedoelde verzameling van ditjes en datjes uit Leidschendam, Voorburg en Stompwijk. In het laatste geval had de gemeente niet zo fors in het Stadsmuseum hoeven te investeren met de recente uitbreiding en verbouwing. GBLV kiest in ieder geval voor een professioneel Stadsmuseum. Ons uitgangspunt is daarbij vervolgens dat vanuit een goede en gelijkwaardige basis tussen Hofwijck en het Stadsmuseum naar optimale samenwerking wordt gezocht. Wij kiezen dus een andere weg dan wethouder Van Ostaijen die Hofwijck, zoals hij het nu voorstelt, zo’n beetje gratis voor het Stadsmuseum wil laten werken. Op die manier brengt hij naar ons idee ook Hofwijck in gevaar.”