Uitspraak staatssteun niet zonder consequenties

De fractie GBLV (Gemeentebelangen Leidschendam-Voorburg) is niet verrast door de uitspraak van de Europese Commissie dat de gemeente zich schuldig heeft gemaakt aan het verlenen van staatssteun in het Damcentrum-project. De Europese Commissie eist dat 6,9 miljoen euro van de combinatie Schouten De Jong – Bouwfonds wordt teruggevorderd.

Raadslid Frank Rozenberg houdt zich binnen de GBLV- fractie intensief bezig met het Damcentrum-project. Hij stelt dat op basis van het onderzoeksdossier zoals de Commissie dat vorig jaar presenteerde al mocht worden verwacht dat de Commissie tot dit oordeel zou komen. “De Commissie zegt eigenlijk twee dingen: als je bouwgrond voor een bepaalde prijs hebt verkocht dan kan je niet achteraf die prijs verlagen, omdat de koper in de problemen komt. Doe je dat toch dan is er in dit geval sprake van ongeoorloofde staatssteun. Daarnaast zegt de Commissie: Leidschendam-Voorburg is geen stedelijk achterstandsgebied, dus er was ook om die reden geen noodzaak om de verkoopprijs na het sluiten van de koop te verlagen.”

De fractie GBLV zet vraagtekens bij de rol die wethouder Houtzager (VVD), verantwoordelijk voor het Damcentrumproject, bij deze staatssteunverlening heeft gespeeld. Rozenberg: “Het voorstel om de grondprijs te verlagen kwam uit zijn koker en hij heeft toen zijn huiswerk naar nu blijkt niet goed gedaan. Verder vraagt mijn fractie zich af of het na deze uitspraak wenselijk is dat deze wethouder het Damcentrum-project blijft trekken. Er staan daar grote belangen op het spel. Niet alleen van de gemeente, maar ook van de inwoners en de ondernemers in het Damcentrum. De gemeente kan zich niet nog zo’n zeperd veroorloven.”

Lees de uitspraak hier.